1940-1952
Moeilijke jaren: tussen Art Deco en Modernisme
De Tweede Wereldoorlog is verwoestend voor het bedrijf. In 1940 wordt het complex een eerste
maal getroffen door Duitse bombardementen. Het bedrijf bevindt zich immers vlak bij het Kortrijkse
rangeerstation. Op het einde van de oorlog wordt het nogmaals onder een bommenregen van de
geallieerde luchtmacht bedolven. Velen laten hierbij het leven. Aan de materiële schade komt geen
eind wanneer in 1947 nogmaals twee zware branden woeden.
Naast de materiële schade en het verlies van vele mensenlevens, zijn de beschuldigingen van
economische collaboratie aan het adres van Jozef De Coene en de finale veroordeling in 1946 een scharniermoment in de geschiedenis van het bedrijf. Onder de Duitse bezetting werd onder toezicht
verder gewerkt. De uitvoering van opdrachten voor de bezetter is de aanleiding tot de veroordeling.
Het imago van De Coene krijgt een zware klap. Gedurende 7 jaar wordt onder sekwesterbeheer
gewerkt onder zware afbetalingsmodaliteiten van de opgelegde schadevergoedingen.
Jozef De Coene, de bezieler van het bedrijf, overlijdt in 1950 als een gebroken man. Pas in 1952
kan de familie opnieuw het heft in handen nemen onder leiding van Pol Provost samen met Adolf jr.
en Pierre De Coene.
In deze turbulente periode is het tevens zoeken naar nieuwe wegen. Verder bouwend op de Art
Deco evolueert de De Coene-stijl in de meubelen naar een uitgepuurde klassiek-eenvoudige stijl
waarin men toch reeds tekenen van een meer moderne vormgeving kan herkennen. Houtverwerking
blijft echter centraal staan. Opdrachten van de overheid houden het bedrijf recht. |